Niet alleen op de klei-, leem- en löss gronden maar ook op het allerlichtste zand was het rooien van de aardappelen eind vorige week vrijwel volledig stilgevallen. De oorzaak is de droogte die er in combinatie met de hoge OWG’s voor zorgt dat schadevrij rooien zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is.

De aanvoer van aardappels naar de fabriek in Steenderen komt momenteel vooral van de iets nattere zandgronden en van percelen waar beregend kan worden. Dat laatste geldt onder andere voor de Innovators van de klei. Op de zwaardere grondsoorten zorgt de droogte voor harde kluiten die direct schade doen aan de knollen. En op de allerlichtste gronden is de droogte er verantwoordelijk voor dat er na een halve meter al geen grond meer op de rooimat ligt. Ook dat vergroot de kans op schade.

“Op dit moment is het advies wachten of beregenen”, zegt Chris van den Boogaart, buitendienstmedewerker Zuidoost. “We hebben gelukkig nog wel even tijd en die regen komt vast wel een keer, maar voor telers met grote arealen wordt het wel spannend.” Collega Edwin Schrotenboer voegt daar aan toe dat veel telers begin oktober hun huurpercelen moeten opleveren. “Dat begin wel te knellen.” Hij adviseert telers die toch aan de slag willen om altijd eerst een klein stukje te proberen en na een dag de knollen te beoordelen. “Zie je blauwverkleuring, dan kun je beter wachten op neerslag of gaan beregenen als je die mogelijkheid hebt.”

Vanuit de gebieden waar rooien wel mogelijk is, komt momenteel voldoende aanvoer naar de fabriek, meldt Schrotenboer. “Iedereen wil wel leveren tussen half september en half oktober. Dat is een jaarlijks terugkerend patroon. We moeten helaas af en toe een leveringsverzoek afwijzen. Maar iedereen komt aan de beurt.”

Geen topper

De kilogramopbrengsten worden geen topper, dat is wel duidelijk. “Tot half augustus waren de vooruitzichten goed”, meldt Schrotenboer, “Maar door de hoge temperaturen rond de maandwisseling zijn veel gewassen relatief snel versleten en viel de nagroei tegen.” Zowel Edwin als Chris zien bij de meeste telers een opbrengst die onder het gemiddelde uitkomt.

Bij de kwaliteit van de aardappelen strijden verschillende waarnemingen om de aandacht. “Ik zie mooie blanke knollen en mooie maatsorteringen”, meldt van den Boogaart die afgelopen woensdag nog de nodige proefrooiingen, ook in het Zuidwesten. Maar tegelijkertijd heeft de onregelmatige groei op veel percelen geleid tot groeischeuren en popperigheid. De eerdergenoemde hoge OWG’s zijn gunstig voor het rendement in de fabriek maar vergroten ook het risico op onderhuidse beschadigingen. En die kosten rendement...

In Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg komen, zoals verwacht, schrijnende gevallen voor. Percelen waar wateroverlast is geweest, blijven soms steken op opbrengsten van 20 ton per hectare of minder. “Het rooien is op deze percelen vaak heel lastig omdat de grens van wel of niet onder water hebben gestaan vaak dwars door een perceel loopt”, meldt van de Boogaart. “De telers moeten scherp opletten bij het rooien en soms is het onvermijdelijk dat een perceelsdeel in een noodopslag moet.”

Uitzonderlijk seizoen

“Er is elk jaar wel wat”, stelt Chris van den Boogaart. “Maar dit is toch wel een seizoen met een uitzonderlijke variatie in omstandigheden.” En dat leidt ook tot zeldzame gebeurtenissen in het veld. Chris zag telers beregenen met leidingwater en met de gierton. “Dat zijn wel hele creatieve oplossingen om je oogst binnen te halen.” Ook in Edwin Schrotenboers werkgebied liet de droogte z’n sporen na. “Er zijn hier rooibekken kapot getrokken op de stugge klei.”

Bekijk hier de fotoserie rooien: